|
Groenteboer
Ik stond met mijn dochter bij de groenteboer.
In Barcelona. We stonden sinaasappeltjes uit te zoeken toen er ineens een
meneer op mijn schouder tikte.
Oh jé, een dronken Engelsman. Zijn gezicht was
een tint of drie te rood. Hij walmde zo erg naar alcohol dat hij zou ontploffen
als ik er een vuurtje bijhield. En hij was acuut verliefd geworden. Op mij.
Zei hij. Dat hij graag een afspraak met me
wilde maken. ‘Ik niet,’ zei ik nog eerlijk.
Nou dan wilde hij nu meteen met me mee. Maar
ja, dat wilde ik ook al niet. En toen vulde zijn ogen zich met tranen. Help, ik
liep naar de toonbank en legde daar het fruit neer.
‘Is this your friend?’ vroeg de groenteboer
vriendelijk. Ik schudde zo hard mogelijk van nee. Mijn dochter stond achter de
Engelsman te gebaren dat wij niets met dit dronken droppie te maken wilden
hebben.
En de groenteboer knikte rustig. Dan hielp hij
deze meneer wel even eerst. Wilde hij echt deze uitgedroogde stengel
bleekselderij? En er nog een zakje omheen ook? Mooi zo, als meneer dan even de
winkel uit wilde gaan, want het werd nu wel erg vol.
De dronken Engelsman liet zich gehoorzaam de
winkel uitdouwen maar bleef aan de overkant smachtend staan kijken. Of ik al de
winkel uitkwam en of ik dan toch nog met hem meeging. Goed- dan wel
kwaadschiks.
De groenteboer pakte onze spullen in, wij
betaalden. En toen de Engelsman buiten maar dreigend bleef staan staren, liep
de groenteboer vanachter zijn toonbank, wenkte ons en wees ons de achterdeur.
Als we dan snel links, rechts, troelala liepen waren we die griezel kwijt. En
inderdaad, zo gebeurde het. In Barcelona.
Waarom er dan hier in Rotterdam in de metro
afgelopen woensdag nog een vriendinnetje van ons aangerand en bijna verkracht
kon worden zonder dat er één RET-controleur of medepassagier ingreep, ontgaat
me even. Lafaards.
|