Eerst werkte ik hier in Nederland in het
bedrijfsleven, zei de Somalische mevrouw die in twee studierichtingen tegelijk
cum laude was afgestudeerd. Maar toen ik van de directeur ineens mijn hoofddoek
moest afdoen, ben ik in het ontwikkelingswerk gegaan.
Eerst bouwde onze stichting alleen scholen in
Somalie. Maar we merkten dat meisjes vaak met school ophouden. Als ze besneden
worden. En vrouwenbesnijdenis is een ingewikkeld probleem in Somalie. Want de
ouders van de meisjes denken dat het in de Koran staat. Huwelijkskandidaten
zeggen dat een onbesneden vrouw is als een pan zonder deksel: daar komen
vliegen op af. En de vrouwen in de dorpen die de besnijdenis uitvoeren
verdienen daar aanzien en geld mee.
Nee de stichting wilde eerst ook niet dat we
er iets aan zouden doen, zei de Somalische vrouw, want de voorzitter is een
man. Maar ik zei: als Allah ons vrouwen zo geschapen heeft, dan moet een mens
dat niet willen verbeteren. En een vrouw is geen pan.
We hebben eerst samen met hoog-opgeleide imams
vastgesteld dat er in de Koran inderdaad niets staat over besnijdenis. Wij zijn
dat toen gaan vertellen tegen de vrouwen in de dorpen, die de besnijdenissen
uitvoeren. En daar aanzien en geld mee verdienen. Dwz het gedeelte over de
Koran zeiden de imams. Ik vertelde tegen die vrouwen dat de stichting ze om zou
scholen tot vroedvrouwen. Wat nog net iets meer geld en aanzien oplevert dan
besnijden..
En nou, zei de Somalische vrouw, wordt er elk
jaar minder besneden, blijven de meisjes op school en loopt de kindersterfte in
onze dorpen ook nog terug. En onder dat hoofddoekkie zag ik een stiekem trots
glimlachje.
Dan ben je ook een sufferd van een direkteur,
in dat Nederlandse bedrijfsleven, als je zo’n geweldig mens laat gaan, alleen
om een lappie stof. Nee, een vrouw is geen pan, maar jij hebt mooi wel de
deksel op je neus gekregen.