De
directeur van Buro Jeugdzorg gaat weg. Na 37 jaar trouwe dienst. Ze wil niet
zeggen waarom maar het heeft- volgens de geruchten- met Leonard Geluk te maken.
Onze wethouder voor Jeugdzaken.
Dat
heb ik op het oog altijd een beetje een Gijs Gans gevonden. Dat bedoel ik niet
zo rot als ik het zeg. Meer dat hij rust uitstraalt.. En dan zo’n enorme rust,
dat je denkt dat hij bij zijn geboorte wel in een toverketel vol valium
gevallen moet zijn.
Vast
een goed mens, maar een iets te slome duikelaar. Voor dat vastgeroeste zootje
dat jeugdzorg heet. Hoe zou hij daar nou ooit iets voor elkaar kunnen krijgen?
Nee, ik had hem eigenlijk al afgeschreven.
Tot
het maasmeisje dood gevonden werd. En de jeugdhulpverlening weer op alle
terreinen gefaald bleek te hebben. Buro Jeugdzorg dat niet eens gemerkt had dat
ze er niet meer was. En al die instellingen die weer riepen dat ze voortaan heus
wel zouden gaan samenwerken. Later, ooit, een keertje, in de toekomst of zo.
Toen
zag je helemaal niks meer terug van die hele Gijs Gans-uitstraling. Nee Leonard
Geluk was diep geraakt. Omdat het maasmeisje het symbool was geworden voor al
die hulpverleners die meer met zichzelf bezig zijn dan met de kinderen waarvoor
ze worden aangesteld. En hij ging aan het werk, keihard en doortastend. Vol
goede hoop dat er nu echt iets zou veranderen.
Tot
hij –volgens de geruchten dan- de directeur van Buro Jeugdzorg weer eens aan de
lijn kreeg. En ze kirrend vertelde dat het allemaal al een stuk beter ging,
later, ooit, een keertje in de toekomst of zo. Toen heeft hij haar eruit
gepleurd. Keurig, netjes en kalm. Maar er wel uitgepleurd.
Mag
ik u, meneer Leonard Geluk, daar mijn hartelijke dank en complimenten voor
aanbieden. Goed gedaan, gansje, goed gedaan! Nu de rest van dat vastgelopen
teringzootje nog.