Het doet me pijn als ik jullie onderling ruzie
hoor maken. Ik vind het naar dat het tot demonstraties en klappen is gekomen.
En ik vind het zonde dat die moskee straks helemaal niet wordt afgebouwd.
Maar ik begrijp uit jullie woorden en dat het
je allebei menens is. En dat je niet van wijken wilt weten.
Nu heb ik net zo weinig verstand van God, Ban
buddha als van Allah, maar met lijkt me toch dat dit niet de bedoeling van
godsdienst is. Dat Allah er ook helemaal niet blij mee is dat jullie elkaar de
tent aan het uitvechten zijn.
Ik wil jullie een verhaal vertellen over
Afrika. Waar ook zo’n conflict ontstond. Jarenlang hadden de onderdanen van
Krijgsheer I en Krijgsheer II vredig naast elkaar geleefd.
Tot er een school gebouwd zou worden met
buitenlandse subsidie. Krijgsheer I vond het een goed investering; Krijgsheer
II vertrouwde het hele zakie niet. En prompt kwam er ruzie.
Eerst gebruikte iedereen alleen nog woorden.
Maar dat werd al snel spierballentaal en er kwam een dag dat de zwaarden werden
geslepen. En een westerse wapenhandelaar werd gebeld. Het dreigde, kortom, op
oorlog uit te lopen.
Tot er een paar dorpsoudsten de wijze koppen
bij elkaar staken, en met een bemiddelingsplan kwamen. Nee, ze vroegen niemand
van buitenaf. Ze wezen vijf vrouwen uit het ene kamp en vijf vrouwen uit het
andere kamp aan om het uit te zoeken.
En dat, mannen van de Essalammoskee, zouden
jullie ook kunnen doen. Vrouwen dragen immers de kinderen die straks ergens
samen in een mooie moskee willen bidden. En jullie hebben intussen zoveel
juristen, bouwkundigen en andere geleerde dames onder jullie dat het contact
met de burgemeester over de bouwvergunning vast ook soepel zal gaan lopen.
Kom nou toch, we hebben Geert Wilders al om
ruzie mee te maken? Hoef je het toch niet met elkaar te doen?