Ik heb Ab Klink altijd een miezerig mannetje
gevonden. Onze minister van Volksgezondheid. Hij staat namelijk altijd aan de
andere kant. Hij heeft liever borstkanker dan embryo-selectie; hij verkiest
lijdend sterven boven euthanasie en gaat eerder voor de breinaalden dan voor
een abortuskliniek.
Hij was ‘not my cup of tea’ zouden de Engelsen
zeggen. Niet mijn kopje thee.
Tot hij ineens zomaar vanaf september 2009
Gardasil-inecties in het inentingspakket gaat opnemen. Voor meisjes vanaf 12
jaar. Gardasil werkt uitstekend tegen het ontstaan baarmoederhalskanker en de
Gezondheidsraad smeekt dan ook al jaren bij de diverse kabinetten of die het
alsjeblieft willen gaan invoeren. Omdat het zoveel ziekte, lijden en leed
voorkomt. Om het over het onnodig doodgaan van vrouwen helemaal maar niet te
hebben.
Maar tot nu toe deden zeiden alle kabinetten
keihard nee tegen het inenten met Gardasil: vanuit kille kostenoverwegingen.
En nu zegt mijn vermeende Christenunie-griezel
ineens ja. Hij voert het gewoon in. Voortvarend, vanzelfsprekend, en zonder ook
maar een kik erover te geven. Een stukje van vier regels in de krant, dat is
alles.
En daarom, meneer Klink, wil ik u wat
vertellen. Mijn schoonzusje heeft baarmoederhalskanker (gehad). Ze is
leeg-geopereerd, kapot-bestraald, ziek-gechemoot. Maar ze leeft. En ze lacht en
ze praat. Met mijn dochter. Die weliswaar iets ouder dan 12 jaar, toch van haar
die Gardasil-injecties moest nemen.
Dat schoonzusje, meneer Klink, is een goed
mens. Ze zal nooit iemand een griezel noemen of een miezerig mannetje, (of mij
een lompe lellebel, terwijl ze dat wel vindt). Maar bij u kwam het in de buurt.
Tot u deze beslissing nam. Nu straalt ze.
Omdat door u baarmoederhalskanker voor meiden
onder de 12 zomaar tot het verleden kan gaan behoren.
En als u het aan iemand doorvertelt, meneer Ab
Klink, ben ik het met haar eens. U bent me toch ineens een mooie minister. Dank
u wel.