‘Weet je wat je moet
doen als je stiefvader ophoudt met roken? Hem opnieuw aansteken.’
Dat zei Karin Bloemen
in haar nieuwste voorstelling. En de zaal lachte maar met samengeknepen billen.
Omdat je het verdriet onder de grap hoort en weet dat ze het over haar eigen
stiefvader heeft die haar misbruikte.
‘En wat je moet doen,
als hij heel langzaam naar je toe komt kruipen? Nog een keer schieten.’
Ik voel de tranen in
mijn ogen springen. Hoe oud zou het meisje Bloemen zijn. 45, misschien 46 jaar?
En dan nog zoveel pijn om een rotjeugd? Gaat het dan nooit over?
Ik moet denken aan
mijn eigen vader, die in zijn jeugd allerlei naars meemaakte. Hij wilde er niet
over praten. Mijn moeder zei weleens dat hij er daarom niet tegen kon als we
bij hem in bed kropen. Mijn moeder zei ook weleens dat hij ons daarom nooit zou
slaan. Mijn moeder zei weleens dat hij zo de keten van het kwaad wilde
doorbreken.
Teveel misbruikte
kinderen misbruiken daarna zelf. Teveel geslagen kinderen zetten de
kindermishandeling zelf door in de volgende generatie.
Dat heeft mijn vader
niet gedaan. Hij heeft de keten van het kwaad doorbroken.
En jij, lieve Karin
Bloemen, toch ook? Je hebt schatten van kinderen die boze stiefvaders alleen
uit sprookjes kennen. Die niet zoals jij wanhopig hoeven te zoeken naar één
leuke jeugdherinnering omdat ze er duizenden hebben. Je hebt elke avond een
duizendkoppig publiek dat geniet van je heerlijke voorstelling, van je grappen
en je grollen en je prachtige liedjes. En van je ontroerende verhaal over je
stiefvader. Als er maar één meisje in dat hele publiek daardoor de kracht vindt
om iets tegen haar eigen incest te doen, dan mag er nog best zo’n mop overheen.
‘Weet je wat je moet
doen als je stiefvader naar je zwaait vanachter het raampje? De wasmachine op
extra centrifugeren zetten.’