|
Kogeltjes
Ik liep de ijzerwarenwinkel op de Oude Binnenweg binnen. Voor een nippeltje, een moertje of een boutje of zoiets. Voor mij was een jong stel aan de beurt. Ze probeerden hun aandacht te houden bij de doos met pluggen die voor ze stond en waar ze de juiste maat uit moesten zoeken. Maar ze waren zo schattig verliefd. Hun handen strengelden ineen. Zij keek steeds naar hem op. Toen ze de pluggen hadden uitgezocht en betaald, zei de jongen: ‘oh nu wil ik eigenlijk nog iets vragen.’ Hij knikte verontschuldigend naar mij omdat ik dan nog even moest wachten. ‘Geeft niet,’ glimlachte ik terug, de zon scheen en ik had een goede bui. Hij liep met de verkoper naar een vitrine en wees. “Die kogeltjes daar, zijn dat die dingen waar mesjes uitkomen als ze het doel raken?’
De verkoper knikte, haalde het sleuteltje van de vitrine te voorschijn en samen stonden ze bewonderend gebogen over kogels waar mesjes uitkwamen als je ze afschoot. Ik werd een beetje wee. In de gemiddelde ijzerwarenwinkel hangt altijd een glazen kast met messen. Van slagersmessen tot padvindermessen. En ook daar kan je mensen gemeen mee verwonden. Op de Schiekade zit een winkel waar ze ’s ochtends een doodgewoon huis-tuin- en keukenbijltje verkochten dat ’s middags weer terugkwam, met het bloed er nu aan, mensenbloed. In de handen van een politieagent die wilde weten wie dat nou toch gekocht had.
We kennen moorden met breinaalden, met vulpennen en met arsenicum. Er zijn mensen die je dood-slaan, dood-schoppen of dood-spoegen. Maar dat is toch iets anders dan er als winkelier trots uit putten dat je kogeltjes verkoopt met kleine mesjes erin. En er als verliefde jongeman op geilen dat ze bestaan. En ik begrijp ook even niet waarom die rotdingen niet gewoon verboden zijn. Gatverdamme.
|