Mijn moeder was van de witte anjers. Als mijn
vader ze een week vergat te kopen kreeg hij een maand seksuele onthouding
opgelegd.
Ik ben ook wel gek op bloemen. Maar nog meer
op bloemenstalletjes.
Vroeger hadden we Jan Schoots op het
Binnenwegplein, dé bloemenstal van de wereld! Als Jan Schoots jouw bloemen niet
had, had Onze Lieve Heer ze ook nooit geschapen. Maar die moest weg omdat er
een vreetplein kwam. In plaats van bloemenemmers staan er nu vuilnisbakken. En
zitten er mottige duiven te pikken in klodders mayonaise.
Zeur niet, zal je zeggen, dan loop je een
stukje verder....op de Oude Binnenweg zit een bloemenstal en op het
Eendrachtsplein ook.
Nee, die laatste juist niet meer. Vorige week
vrijdag liep ik langs. De bloemenman en ik zwaaien altijd naar elkaar. Maar nu
zag ik hem niet. Want er stonden twee agenten voor zijn snufferd; een bekeuring
uit te schrijven.
Ik ben niks nieuwsgierig maar ik weet wel
graag alles dus ik ging op de terugweg even vragen. De bloemenman was uiterlijk
kalm maar de stoom kwam uit zijn oren. Hij had voor de zesde keer die week een
bekeuring gekregen. Omdat hij zijn auto bij zijn bloemenkar liet staan.
‘Ik kan hem toch niet om de hoek gaan
neerzetten. Dan is mijn handel weg als ik terugkom.’ Daar is wat voor te
zeggen, dacht ik nog. Dat vond hij ook maar de agenten niet. Dus die steken
elke dag vanaf het politieburo even de straat over om de bloemenman weer een
bekeuring te geven.
Sjonge, jonge, dan ben je lekker creatief
bezig!
Nou is de bloemenman al een week ziek, zijn
handel gaat naar de kloten en het Eendrachtsplein zit zonder bloemen.
Ik ga niet proberen om ooit nog gezond
verstand bij de politiemacht van Rotterdam in te praten. Ik richt me nu tot de
partners van de politiemacht...kunnen jullie niet een maandje seksuele
onthouding opleggen misschien?