Want de automobilist is niet naar de
rechtszaak gekomen, hij heeft ook geen advokaat gestuurd. En de fietser die hij
aan had gereden is er wel. En kan het verhaal als slachtoffer dus zonder
weerwoord doen.
De rechter vraagt hem op een tekening te
wijzen wat er waar verkeerd ging.
‘Tsja,’ zegt de fietser, ‘hij zag me gewoon
niet. Hij kwam aanrijden, wilde de bocht om en zag niet dat ik daar reed. Toen
klapte ik met fiets en al op de motorkap en daarna op de grond.’
De rechter en de officier van justitie knikken
somber. Want het had me wel een klap gegeven, he?
‘Nou,’ zegt de fietser weer. ‘Laten we eerlijk
zijn; het had allemaal veel erger kunnen zijn. Ik heb ook tegen die
automobilist gezegd: ga je nou niet de hele tijd schuldig lopen voelen
alsjeblieft. Het had iedereen kunnen overkomen.’
‘Maar u had toch een gebroken heup? En u bent
toch meer dan een jaar uit de running geweest? U heeft recht op
schadevergoeding van de automobilist.’ Roept de rechter.
‘Nee,’ zegt de fietser, ‘zo wil ik er niet
over nadenken. Je kan makkelijk in het zwarte gat blijven kijken. Over wat je
met een gebroken heup allemaal niet kan. Zo ben ik niet. Ik kijk alleen naar
hoe goed ik vooruitga, elke dag na de fysio weer.’
De rechter en officier kijken of ze water zien
branden. De meeste slachtoffers doen in de rechtszaal weergaloos zielig en sneu en claimen
smartegeld tot ver in de tienduizenden guldens aan toe.
‘Maar reed de automobilist niet te hard? Was
het geen roekeloos rijden’ probeert de rechter nog. Maar de fietser, een
geblondeerde man met hele mooie gympen en een hippe bril, houdt voet bij stuk.
De automobilist had hem gewoon niet gezien.
Dus het was niks meer dan een ongeluk.
Toch besluit de rechter de automobilist te
veroordelen tot een geldboete en drie maanden ontzegging van de rijbevoegdheid.
‘Ook zielig voor hem,’ zegt de fietser nog
tegen zijn vrouw. En loopt voorzichtig met zijn heup vol pennen de rechtszaal
uit.