De rechter is snotverkouden en heeft een bijbehorend slecht
humeur. Maar zelfs bij hem gaat de zon een beetje schijnen als zij de
rechtszaal binnenkomt. Ze is een stralende blonde meid. Ze glimlacht warm naar
de officier van justitie, naar de griffier en nog iets warmer naar de rechter.
Die mompelt iets van dat ze moet gaan zitten en dat ze niet
verplicht is te antwoorden omdat ze verdachte is. Maar dat laatste vindt ze
meteen al gekkigheid. Verdachte, zij? Nee joh, het is allemaal een misverstand.
Ze heeft niet geprobeerd te stelen bij de Bijenkorf. Want
dat zou ze sowieso nooit doen. En dan had ze ook nog haar kleine zusje bij zich
en een grote tas…als ze wilde stelen had ze de kleren daar toch wel ingestopt
in plaats van ze over de arm van haar zusje te hangen?
Ze heeft een warme stem en ze praat Algemeen Beschaafd
Nederlands. De rechter wrijft zich over zijn voorhoofd van zoveel charme. Even
bij de zaak blijven.
Want de feiten zijn duidelijk. Ze liep samen met haar zusje
te winkelen, toen haar mobiel ging.
‘Ja, dat was mijn vriend, die reed de Bijenkorf binnen. Hij
komt niet uit Rotterdam, dus liepen mijn zusje en ik even de parkeergarage in
om hem op te halen. En toen dacht de security dat we liepen te stelen.’
Ze giechelt om duidelijk te maken dat ze dat de security
natuurlijk niet kwalijk neemt.
Maar als de rechter en de officier nu wel even de boete die
ze gekregen heeft -300 euro- willen verscheuren….
De rechter niest en zoekt een zakdoek voordat hij het
dossier openslaat.
‘Toch gek,’ zegt hij, ‘dat uw zusje een andere verklaring
heeft afgelegd bij de politie. Volgens haar zei u toen u de parkeergarage
inliep dat ze snel met die kleren moest doorlopen omdat de kust veilig was.’
Even gaat de glimlach uit. Maar de schoonheid zet hem snel
weer aan. ‘Ach, meneer de rechter toch, wat weet zo’n klein kind nou?‘
De officier is nog zo onder de indruk van haar
charme-offensief dat hij stottert als hij de eis voorleest. Maar bij de rechter
is de betovering na het niezen verbroken. Hij geeft een standje en handhaaft de
boete.
Geeft niet, zie je haar denken, volgende keer lukt het weer
wel! En ze glimlacht zichzelf de rechtszaal uit.