‘Goedemorgen meneer, ‘ zei de rechter, ‘kunt u
even uw pet afdoen? U bent aangehouden, gecontroleerd op alcohol en het bleek
dat u gedronken had. Klopt dat?’
De man gaf onmiddellijk toe dat hij was
aangehouden.
‘Ja, ‘zei de rechter, ‘maar ik zei dat u ook een
alcoholtest heeft moeten doen en dat u teveel had gedronken om nog te mogen
rijden?’
De man gaf ook toe dat hij een alcoholtest had
ondergaan.
De rechter vroeg toen nog maar eens of het
waar was dat de verdachte 4 biertjes op had gehad.
Weer omzeilde de man het antwoord. Hij was wel
naar een feestje geweest. Tot zover klopte het verhaal.
Maar toen hij aan het gezicht van de rechter
zag dat die bijna op ontploffen stond, ging hij gauw verder.
Ja, hij had gedronken, hartstikke stom, en was
toen in de auto gestapt, nog stommer. En om te voorkomen dat hij het nog eens
zou doen was hij nu gestopt met drinken en had hij zijn auto verkocht.
‘Rijbewijs ook verscheurd?’ vroeg de rechter.
De man schudde het hoofd.
‘Dan hebben we er niet zoveel aan. Ik zie dat
u al een keer eerder veroordeeld bent voor alcohol in het verkeer?’
De man was eerlijk verontwaardigd. Want meneer
de rechter toch, dat was in Amsterdam. Dat telt in Rotterdam toch niet mee.
Gekkigheid!
‘Het strafrecht is in Amsterdam en Rotterdam
precies hetzelfde,’ zei de rechter, ‘net zoals in de rest van Nederland. Als u
straks naar Enschede gaat.....’
De man veerde op. Want
1. hij was nog nooit in Enschede
geweest
2. en moesten ze hier op die rechtbank dus ook niet proberen hem iets in
zijn schoenen te schuiven.
De rechter en de officier keken elkaar
moedeloos aan. De officier sprak zijn eis uit: 400 euro boete. De man vroeg op
hoge toon wat dat met Enschede te maken had. En de rechter kreeg amper de tijd
om zijn vonnis uit te spreken. Want de man pakte zijn pet van de tafel, plantte
hem op zijn hoofd, en beende woest de rechtszaal uit. ‘Enschede nota bene,
Enschede!’