|
Maria Van Der Hoeven
Deze column gaat over Maria van der Hoeven. De minister van economische zaken. Ik ben gek op vrouwen aan de top maar als daar maar wel het woordje bekwaam bijhoort. Maar bij haar vind ik het niet zo erg dat ze nog geen woord over de crisis heeft gezegd, laat staan er iets aan gedaan! Want als je niks doet, doe je ook niks verkeerd. Nee, ik denk het is een dame, die zit daar lekker damesachtig te frutten op dat ministerie, breit sokken voor de carnavalsvereniging, punnikt ondergoed in elkaar voor de trappister monniken, ze borduurt hele asperges vol en burgert tuinkabouters in. Blijkt onze Marietje van der Hoeven ineens een ziekelijk voorkeur voor prive-jets te hebben ontwikkelt waarmee ze achter het gewone vliegtuig vol kamerleden aanvliegt. Van Saudie Arabie af, naar Angola toe voor een ton.
Daar zou mijn column dus over moeten gaan.
Maar ik kwam iemand anders tegen. Aan de overkant van de straat. Ik denk, die ken ik. En dat is sowieso al een wonder. Want ten eerste ben ik zo kippig als een konijn, ten tweede let ik alleen op me zelf en ten derde heb ik zo’n slecht geheugen voor gezichten dat ik met mijn eigen moeder nog heb moeten afspreken dat ze me even zou aantikken als we elkaar op straat tegenkwamen.
Maar haar kende ik ergens van. Het was een dame, keurig gekapt, een demi-saisson aan, dat is bij mij gewoon een regenjas maar bij haar een demi-saisson. Laarzen zonder een spatje narigheid. Cross-your-heart-BH zonder veiligheidsspeldje eraan. Die dan prompt wel goed blijft zitten.
Maar ik mocht verders doodvallen als ik het wist. Een jaar of veertig, make-up beschaafd en bescheiden, geen dikke vette klodders zwarte mascara die bij mij altijd in mijn ooghoeken klonteren. Hoi, zei ik aarzelend. Je herkent me niet meer he, lachte ze.
Jawel, loog ik, tuurlijk wel. Ik kan er alleen even niet meer opkomen hoe je heet.. Dat is een truc, die heb ik van Karin de Groot van de NCRV. Want dan zegt iemand zwaar beledigd: nou zeg ik ben bijvoorbeeld Maria…en dan zeg jij: ja gek dat wist ik wel, ik was alleen je achternaam vergeten. En dan zegt zij bijvoorbeeld van der Hoeven. Die een prive-jet voor 100.000 euro huurt om naar Angola te gaan.
En ineens zag ik het. Het was godverdorie Fieneke, de straatdichteres. Waar ik jarenlang vooral financieel overleg mee heb gehad. Over elke dag een paar euro om haar te helpen. Een schat van een kind maar zwaar aan de crack natuurlijk. En dan nu een dame. Ik stond paf.
Wat denk je nou zei ze. En ik durfde het niet te zeggen. Dat ik van de week nog dacht: die heb ik zo lang niet gezien, die zal wel dood zijn. Of van de vorige keer toen ze zo dik en suf was van de anti-depressiva dat ik dacht: ga jij alsjeblieft weer aan de crack. En dan nu een dame.
Goed he, zei ze. Dat het me toch gelukt is. Na 25 jaar verslaving, met een heleboel bemoeizorg en een kliniek, nu een dame.
Ik stond te gloeien van trots. Slaat natuurlijk nergens op, maar alsof mijn kind zijn eerste zwemdiploma haalde, of toen mijn moeder na de beroerte toch weer leerde praten. Zo fucking trots. Het gekke was dat ik de neiging kreeg om mijn portemonnee te pakken om haar een paar euro te geven. En dat zij dat zag en me uit begon te lachen.
Die paar euro, mevrouw van der Hoeven, zijn nu voor u. Voor een enkeltje uit den haag. Want u een dame, aan me hoela. Een ordinaire inhaal zal je bedoelen.
|