Logo
Welkom bij Carrie
Wegverkeer
 
Ik sta op knappen. Want ik loop stage bij de Rechtbank in Rotterdam. En de dingen die je daar meemaakt. Rare, mooie, verdrietige zaken waar ik zo mooi over zou kunnen vertellen. Maar dat mag niet. Ik heb geheimdhoudingsplicht voor alles waar ik door mijn stage mee te maken krijg. Dus hou ik mijn kaken stijf op elkaar maar sta wel op knappen.
 
Goddank zit je vaak uren te wachten bij diezelfde Rechtbank. En loop ik dan weleens een openbare rechtszaal binnen waar ik –qua stage- niks te zoeken heb. En dus ook niks te verzwijgen.
En daar zei een man voor de politie-rechter: ‘Ik kan er dus niks aan doen.’
Nou is dat natuurlijk dé lijfspreuk van het halve Huis van Bewaring. Maar in dit geval was het nog fucking waar ook.
 
De man had jarenlang een klein vrachtwagentje. Dat hij nogal eens uitleende. En uiteindelijk weggaf aan een vriend. Die zou nog even het vrijwaringsbewijs langs komen brengen. Alleen verdween de vriend voordat hij dat deed met de noorderzon en de vrachtwagen.
 
Dat maakt niets uit voor de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Die blijven de eerste eigenaar –jaar in en jaar uit- bekeuringen sturen. Omdat hij de vrachtwagen niet verzekert en niet APK laat keuren. Dat kan aardig oplopen. Voor een vrachtwagentje dat er niet meer is.
 
‘Tut-tut,’ zei de rechter. ‘Dat had u dan maar moeten melden bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.’
‘En dat heb ik weer wel gedaan!’ riep de man in wanhoop. Zijn advokaat, met prachtig gepoetste schoenen onder die geile zwarte jurk, zat verwoed mee te knikken. Twee jaar waren ze er nu al mee bezig. Maar zolang de politie geen aangifte wegens diefstal van het vrachtwagentje opnemen, wat zij niet kunnen omdat het een geval van schenking is en dat is niet verboden, doet de Rijksdient voor het Wegverkeer geen drol.
De rechter mopperde tegen de Offcier van Justitie. ‘Dat is toch van het kastje naar de muur.’  De Officier mopperde terug; ‘Dat zo nou eenmaal de regels waren.’
En de man en zijn advokaat mopperden mee.
De rechter legde geen straf op, want dat leek hem zinloos. Mij niet. Ik zou stokslagen geven. En eenzame opsluiting met water en brood. Aan die ambtenaar bij de Rijksdienst van het Wegverkeer. Wat een dreutel!