‘Ik zit
in de IT, ik heb niet zoveel gevoel voor mensen,’ zei een meneer aan de
tafel tegenover mij. ‘Maar ik vond het zo
sneu. Het regende pijpenstelen en ik wilde in mijn auto stappen toen er een man
naar me toekwam. Of ik geld had voor de nachtopvang. Dat zal je nu nog weinig
helpen, zei ik tegen hem, want het is al 11 uur geweest en dan kom je nergens
meer in. Maar ik pakte wel mijn portemonnee. Misschien dat hij dan in ieder
geval ergens een bak koffie kon gaan halen.’
Hij nam een slok van zijn biertje en ging
verder met het verhaal.
‘Weet je
wat, zei ik tegen de dakloze, die trouwens Joe heette, stap in, dan gaan we het
gewoon bij de nachtopvang proberen.
Joe
aarzelde en keek me aan of ík eigenlijk wel te vertrouwen was. Maar hij stapte
in, we reden naar de nachtopvang. Die deden natuurlijk niet open. Dus toen zei
ik: nou vooruit, je mag één nacht bij mij slapen. En zo gebeurde het dat ik
ineens met een logé zat. Ik gaf hem een kop koffie. Joe vroeg om een handdoek
zodat hij mijn bank niet nat zou maken. En toen stond hij ineens op en liep hij
naar de gitaar die ik al jaren aan de muur heb hangen. Mag ik? Vroeg hij en
begon te tokkelen. De gitaar was hartstikke vals maar hij stemde hem en begon
toen te spelen en te zingen. De Blues, zoals de Blues moet klinken. Ik kreeg er
gewoon kippenvel van.’
Ik liet nog maar eens een biertje voor deze
IT-er inschenken want ik was volledig gegrepen door het verhaal. Hoe zou dit
aflopen? Zou die Joe hem die nacht soms
beroofd hebben van al zijn geld, pasjes én de gitaar?
‘En toen
zijn we gaan slapen. De volgende ochtend was hij weg.’
Ik zat intussen op het puntje van mijn stoel.
Want Joe weg, ok, maar wat was er nog meer weg?
‘Niks,’
zei de IT-er, ‘de handdoek lag keurig
opgevouwen op de bank, de gitaar hing aan de muur. Nee, het was allemaal in
orde. Joe komt eens per maand nog wel eens aanbellen of hij even gitaar mag
spelen. Mijn vrienden uit de IT proberen het zo uit te kienen dat ze er dan bij
kunnen zijn. Want zo echt, zo mooi heb je de Blues nog nooit horen spelen.’
Gekke jongens, die IT-ers, maar dat ze geen
gevoel hebben voor mensen, geloof ik sinds dit verhaal niet meer.