Een dierenaktivist is ook een mens. Dat moet
ik mezelf weleens extra voorhouden. Omdat ik me dan groen en geel loop te
ergeren.
Ten eerste zijn dierenaktivisten vaak
veganistisch, wat wij in Rotterdam vaginistisch noemen. Omdat ze al eng
beginnen te worden als je zelf een blokje kaas bij de borrel neemt of een
wolkje melk in je koffie. Als ze bij je komen eten mag je nog geen
bouillonblokje door de soep gooien. Ik ben een creatieve kok maar bij een
veganist leg ik een wortel en een ui op tafel en roep: probeer zelf eens wat.
En ten tweede houden ze vaak meer van dieren
dan van mensen. Beginnen ze te tranen bij het idee dat een hamster z’n pootje
weleens zou kunnen verstuiken in zijn molentje. Of een guinees biggetje
geplaagd wordt door de grotere geiten op de kinderboerderij. En vooral keihard
te roepen dat een mens wel slechtheid heeft in zijn karakter en een dier niet.
Nog los van het feit dat ik dat bij Bokito, de
wurgslang en menige pittbull waag te betwijfelen, zegt dat toch ook iets over
hunzelf. Want een dierenaktivist is ook een mens en daar kunnen dus ook slechte
karakters tussenzitten.
Ik vind het in ieder geval niet normaal dat
sommigen kinderen bedreigen, alleen omdat hun vader een directeur van een
proefdierlaboratorium zou kunnen worden. Of dat er eentje mijn moeder sloeg
omdat ze een iets te echt lijkende nepbontjas aanhad.
Maar dat wil niet zeggen hoor lieve
dierenaktivisten, dat een heleboel van jullie wel dapper zijn. En moedig. En
strijden voor een betere wereld. En rechtvaardigheid. En ben ik het best vaak
met jullie eens.
Van mij hoeft een beer ook niet door een
hoepel te springen, hoeven walvissen niet kapotgeharpoeneerd, en biggetjes niet
gecastreerd.
Ik ben gek op alle dieren, vooral als ze goed
worden klaargemaakt. (En van te voren een fijn biologisch scharrelleven hebben
gehad, hoor jongens.)
Dus misschien kunnen we wat vaker samenwerken
in de nabije toekomst?
Als ik nou eens roep dat Geert Wilders
extensions heeft van onverdoofd cavia-haar, lossen jullie dat dan verder op?