Soms hoop je gewoon dat het wel lukt. Er zat
een man in de gevangenis, een Fransman, die nog jaren moest zitten. Maar hij
bedacht een truc. Hij had op een of andere manier een velletje briefpapier van
het koninklijk huis in handen gekregen. En op z’n dooie gemak heeft hij daar
maanden aan zitten werken. Hij heeft de oorspronkelijke tekst weggegumd. En dat
valt potdommekes niet mee. Ik heb vroeger weleens een brief van mijn moeder zo
spijbelgewijs proberen te vervalsen, maar de conrector had dat binnen twee seconden
door.
Toen heeft hij zelf een tekstje bedacht. In
het Nederlands, wat voor een Fransman natuurlijk ook al niet zo vanzelfsprekend
is. En toen heeft hij
- in zijn allerbeste handschrift
- met het puntje van zijn tong uit zijn mond
- zonder één taalfout of inktvlek
een gratiebrief geschreven.
Dat het de Koningin, hare majesteit Beatrix,
behaagde om hem gratie te verlenen en met onmiddellijke ingang in vrijheid te
stellen. Met haar telefoonnummer eronder.
Mocht de gevangenisdirekteur, net als mijn
conrector, twijfelen aan de echtheid van deze brief, kon hij daar even naar toe
bellen.
Het was natuurlijk niet het telefoonnummer van
de Koningin maar wel eentje van het Ministerie van Justitie. Waar de Fransman
dan weer een betaalde handlanger had zitten om te zeggen dat de brief écht echt
was.
De gevangenisdirekteur was alleen niet gek
maar wel goed. En zei, toen hij de brief ontving, meteen tegen zijn
secretaresse: ‘ik heb nog nooit een handgeschreven brief van de koningin gehad.
Hier zit een luchtje aan.’
Het luchtje leidde al snel naar de Franse
gevangene zelf. Die ferm en duidelijk te horen kreeg dat het de
gevangenisdirekteur speet maar dat hij er toch niet intrapte.
Misschien, jongens en meisjes in de
gevangenis, is dat een wijze raad en een goede tip ineen. Schrijf je eigen
gratiebrief niet zelf maar typ hem. Op de computer in de recreatieruimte. Dan
maak je net iets meer kans.
Alhoewel, als een gevangenisdirekteur deze
Straatkrant ook leest....