Ik weet niet wat hij allemaal op had – drank
of drugs - maar hij was razend. Hij stond te schreeuwen voor mijn deur en te
beuken op de ramen. Ik was doodsbang. Te vaak had ik hem de laatste jaren zien
ontploffen als ik iets deed wat hem niet beviel.
Er tikte iemand op de achterdeur. Mijn
buurman. ‘Je moet weg,’ zei hij, ‘hij slaat dat raam zo meteen in en dan moet
je weg zijn.’
Ik verschool me in zijn huis. En ja hoor, daar
ging het raam. En vloekend en tierend stapte mijn ex naar binnen. Ik holde op
hetzelfde moment de voordeur van de buurman uit. Hup, de andere kant op, gauw
de hoek om en doorrennen..
Ik had niks bij me. Geen jas, geen geld, geen
sleutels. Mobiele telefoons bestonden nog niet.
Ik besloot naar een cafe te gaan waar ik wel
vaker kwam. Misschien was daar een bekende. En anders kon ik daar even bijkomen
in ieder geval. Het was twaalf uur ’s nachts maar die kroeg bleef tot 1 uur
open. En daarna zag ik wel weer.
Ik kwam binnen; het was hartstikke druk. De
rook prikte in mijn betraande ogen. En ik herkende prompt niemand. Ik besloot
maar op het eerste het beste tafeltje af te stappen.
‘Of ik een kwartje kon lenen voor de
telefoon?’
Een jongeman lachte schamper. ‘Ga maar werken
voor je geld.’
Een andere lolligerd vroeg: ‘wat is jou
gebeurd? Heb je ruzie gehad met je pooier of zo?’ Waarna ze schaterend lachten.
En ik kreeg geen kwartje.
Tot er een meisje opstond en naar me toekwam.
‘Eerst maar eens een kopje thee misschien? Je ziet lijkbleek.’ Mijn lip begon
te trillen. En terwijl zij de thee bestelde en ik een kwartje kreeg voor de
telefoon belde ik de buurman.
‘Goed dat je belt, hij is op weg naar de
kroeg. Wegwezen weer.’
Ik gooide de telefoon neer en rende de kroeg
uit. Zonder dat meisje nog te hebben kunnen bedanken.
Begrijp je nu waarom ik eigenlijk altijd wel
geld geef als iemand erom vraagt? En dat ik het soms wel snap als ze niet
altijd dank je wel zeggen?